Klinische chemie: Bloedgassen, nierfunctie en elektrolyten

Inzicht in de laboratoriumuitslagen zijn voor zowel de ziekenhuisapotheker als de openbaar apotheker van groot belang. Laboratoriumwaarden kunnen belangrijk zijn bij start van de farmacotherapie, bij de medicatiebewaking en voor het monitoren van de behandeling. Een gedegen kennis van de klinische chemie en het kunnen interpreteren van laboratoriumuitslagen is daarbij essentieel.

Nierfunctie
Het HARM-onderzoek (Hospital Admissions Related to Medication) heeft aangetoond dat een verminderde nierfunctie een onafhankelijke risicofactor is voor ziekenhuisopname. Artsen, apothekers en laboratoria werken daarom op steeds meer plaatsen samen om de medicatiebewaking bij een verminderde nierfunctie door uitwisseling van gegevens te verbeteren. De apotheker kan op basis van de nierfunctie een dosering aanpassen of een alternatief geneesmiddel voorstellen. Een juiste interpretatie van de nierfunctie is daarbij essentieel. Voor het schatten van de nierfunctie zijn hierbij verschillende klinisch chemische parameters en formules bruikbaar. In de nascholing Bloedgassen, nierfunctie en elektrolyten leert u hoe u deze parameters kunt gebruiken en welke formules voor schatting van de glomerulair filtration rate u in welke situatie kunt gebruiken. Tevens wordt stilgestaan bij de rol van de nierfunctie op de water- en zouthuishouding en hoe dit tot uitdrukking komt bij een individuele patent met een verminderde nierfunctie.

Bloedgassen
Het aanvoeren van zuurstof en het afvoeren van koolzuurgas is essentieel voor het functioneren van alle weefsels. De longen en bloedsomloop leveren hier een belangrijke bijdrage aan. Het handhaven van de zuurgraad rondom de fysiologische pH van 7,4 is ook essentieel. Het bufferpaar koolzuurgas en bicarbonaat spelen daarbij een belangrijke rol. Ook het afblazen van koolzuurgas via de longen en de uitscheiding van zuur (ammonium) via de nieren is hierbij betrokken. In deze nascholing wordt de fysiologie van bloedgassen en het zuur-base evenwicht besproken. Veel voorkomende stoornissen in deze homeostase komen ook aan de orde. Na een theoretisch gedeelte wordt de problematiek geïllustreerd met interactieve casuïstiek met een extra accent op intoxicaties.

Onder andere aan de hand van casuïstiek wordt een link gelegd met de dagelijkse praktijk. 

Na afloop van de nascholing kunt u het geleerde meteen toepassen in uw eigen praktijk.

Deze cursus is ontwikkeld in samenwerking met dr. Albert Huisman, klinisch chemicus/apotheker.

Leerdoelen

Na het doorlopen van deze nascholing bent u in staat om:

  • De nierfunctie van een patiënt te interpreteren door gebruik te maken van verschillende klinische chemische parameters.
  • De GFR (glomerulaire filtratiesnelheid) en creatinine klaring eenvoudig te schatten met gebruikmaking van onderandere het plasma creatinine.
  • De beperkingen te benoemen van een aantal klinische chemische testen en formules voor schatting van de nierfunctie.
  • Afwijkingen in water- en zouthuishouding te interpreteren in het licht van een verminderde nierfunctie.
  • Bloedgaswaarden en laboratoriumuitslagen met betrekking tot de zuur-base homeostase te interpreteren.

Ook heeft u kennis van:

  • De fysiologie van weefseloxygenatie en zuur-base homeostase.
  • De meest voorkomende verstoringen van weefseloxygenatie en/of zuur-base homeostase.
Programma

12.30 uur    Ontvangst
13.00 uur    Introductie bloedgassen
                   Dr. Marco Treskens, klinisch chemicus
14.00 uur    Casuïstiek bloedgassen
                   Dr. Marco Treskens, klinisch chemicus
14.50 uur    Pauze
15.00 uur    Introductie Nierfunctie
                   Dr. Holger de Wolf, apotheker/klinisch chemicus
16.15 uur    Casuïstiek Nierfunctie
                   Dr. Holger de Wolf, apotheker/klinisch chemicus
17.00 uur    Afsluiting en evaluatie

Gerelateerde cursussen

Klinische chemie: Hematologie en ontsteking

De nascholing Hematologie en ontsteking behandelt de functie van de verschillende bloedcellen en de diagnostiek van afwijkingen van het bloedbeeld. De docent gaat in op de (patho)fysiologie van hemostase en trombose.