Klinische chemie: Maag-darm-leverproblematiek

Laboratoriumuitslagen zijn van belang voor zowel de ziekenhuisapotheker als voor de openbaar apotheker. In sommige gevallen maken ze een effectievere farmacotherapie mogelijk, onder andere door verhoging van de medicatieveiligheid. Sinds enige tijd heeft de openbaar apotheker de bevoegdheid om (na toestemming van de patiënt) een select aantal laboratoriumuitslagen op te vragen. Inzicht in de achtergronden helpt de apotheker bij de implementatie van effectievere farmacotherapie.
Maag-darm-leverfunctie is van belang voor de homeostase en het metabolisme. Voor de opname en omzetting van voedingsstoffen, maar ook van farmaca. In de nascholing Maag-darm-leverproblematiek wordt ingegaan op de diverse functies van het maag-darm-lever stelsel en de rol die de klinisch-chemische diagnostiek hierbij speelt. Hierbij gaat het over het metabolisme van koolhydraten, vetten en eiwitten, over vitamines en spore elementen, over schademerkers en over parameters die de functionaliteit van het maag-darm-lever stelsel aangeven. Na een theoretisch gedeelte wordt deze problematiek geïllustreerd met relevante, interactieve casuïstiek.

Behandeling met antidepressiva en antipsychotica wordt gekenmerkt door grote individuele verschillen in respons en de benodigde dosis. Een belangrijke oorzaak hiervan is het individuele verschil in metabole capaciteit. Deze hangt samen met variatie in activiteit van cytochroom-P450- of CYP-enzymen, die deze middelen metaboliseren. Er kan onderscheid worden gemaakt in langzame, intermediaire, normale en snelle metaboliseerders. De activiteit van deze enzymen wordt, zowel bepaald door endogene factoren zoals leeftijd, geslacht, morbiditeit en genetische samenstelling, als exogene factoren als comedicatie, voedsel en rookgewoonten. Het voorkomen van genpolymorfismen bepaalt in belangrijke mate de individuele variatie in CYP-activiteit. Dit houdt in dat er minder en meer actieve CYP-fenotypen in een populatie voorkomen, doordat er verschillende allelen van het gen zijn. 

Polyfarmacie is in de psychiatrie tevens een belangrijke factor die de metabole capaciteit van CYP-enzymen beïnvloedt. In deze nascholing worden al deze factoren besproken door middel van uitgebreide casuïstiek die de afgelopen 10 jaar is verzameld in de GGz. Bovendien komt een alert-systeem aan de orde, waardoor de apotheker bij nieuwe uitgifte van geneesmiddelen attent gemaakt wordt op een afwijkend metabolisme.

Onder andere aan de hand van casuïstiek wordt een link gelegd met de dagelijkse praktijk.
 
Na afloop van de nascholing kunt u het geleerde meteen toepassen in uw eigen praktijk.

Deze cursus is ontwikkeld in samenwerking met dr. Albert Huisman, klinisch chemicus/apotheker.

Leerdoelen

Aan het eind van deze nascholing bent u, op basis van de farmacogenetica, in staat om tot een dosisadvies te komen en wordt u geacht op de hoogte te zijn van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de praktische toepasbaarheid van farmacogenetica.

Ook heeft u kennis van:

  • De fysiologie van het spijsverteringsstelsel.
  • De meest voorkomende maag-darm-lever pathologie.
  • Bent u in staat om klinisch chemische parameters op gebied van MDL-problematiek te interpreteren in het licht van de klinische presentatie.
Programma

12.30 uur    Ontvangst
13.00 uur    MDL fysiologie en biomarkers
                   Dr. Marco Treskes, klinisch chemicus
13.50 uur    MDL pathofysiologie, inclusief casuïstiek
                   Dr. Marco Treskes, klinisch chemicus
14.40 uur    Pauze
15.00 uur    Invloed van farmacogenetica op geneesmiddelmetabolisme, inclusief
                   casuïstiek
                   Dr. Jan van der Weide, klinisch chemicus
15.50 uur    Invloed van omgevingsfactoren op geneesmiddelenmetabolisme,
                   inclusief casuïstiek 
                   Dr. Jan van der Weide, klinisch chemicus
17.00 uur    Afsluiting en evaluatie

Gerelateerde cursussen

Klinische chemie: Hematologie en ontsteking

De nascholing Hematologie en ontsteking behandelt de functie van de verschillende bloedcellen en de diagnostiek van afwijkingen van het bloedbeeld. De docent gaat in op de (patho)fysiologie van hemostase en trombose.