Menu Sluiten

Docent van de maand: Rik Bes

Docent van de maand: Rik Bes

 

Over motivatie, menselijkheid en de kracht van het juiste moment

 

In een jaar zitten 8.760 uur. En hoeveel tijd heeft een zorgprofessional gemiddeld met één patiënt op jaarbasis? Vier uur. Tien uur, als je ruim rekent. “Dat taartpuntje zie je bijna niet,” zegt Rik Bes. “Wie denk je dat je bent om te geloven dat jouw uitleg in die paar uur vanzelf doorwerkt in de overige 8.750?”

 

Het is een gedachte die raakt aan de kern van Riks werk als docent bij PAOFarmacie. Niet de hoeveelheid kennis is doorslaggevend, maar het vermogen om aan te sluiten bij het leven van de ander. Bij wat iemand drijft, bezighoudt of belemmert. Dáár begint volgens hem goede zorg. En dus ook goed onderwijs.

 

Een andere manier van kijken

Rik begon zijn loopbaan in de verslavingszorg, in een tijd waarin hulpverlening sterk protocol gedreven was. De professional wist wat goed was, de cliënt moest volgen. Inhoudelijk klopte dat vaak, maar in de praktijk zag hij iets anders gebeuren.

“Je kunt gelijk hebben,” zegt hij, “maar als mensen zich niet gezien voelen, haken ze af.” Die observatie werd een rode draad in zijn werk. Hij merkte dat kleine aanpassingen in houding en timing een groot verschil konden maken. Niet harder uitleggen, maar beter luisteren. Niet sturen, maar samen onderzoeken.

Die manier van kijken bleek niet alleen relevant voor cliënten, maar net zo goed voor professionals onderling. En later, toen Rik zich meer ging richten op onderwijs en training, ook voor apothekers, assistenten en andere zorgverleners.

 

Rebellie met een kompas

 

Rik noemt zichzelf met enige zelfspot een blijvende rebel. Niet uit tegendraadsheid, maar vanuit overtuiging. “De vorm kan ik aanpassen,” zegt hij. “Maar de inhoud van mijn verhaal wordt bepaald door mijn normen en waarden.”

 

Die houding maakt hem herkenbaar voor veel deelnemers aan zijn cursussen. Hij zet geen systemen weg, maar stelt vragen bij wat systemen soms onbedoeld doen met mensen. En hij nodigt zorgprofessionals uit om hetzelfde te doen: niet alleen kijken of iets klopt volgens de regels, maar ook of het werkt voor de persoon tegenover je.

 

Motiverende gespreksvoering als verdieping

 

In zijn onderwijs vormt motiverende gespreksvoering een belangrijk fundament. Niet als trucje, maar als manier van denken. Rik benadrukt steeds weer het verschil tussen motivatie voor een behandeling en motivatie voor wat die behandeling mogelijk maakt.

“Patiënten zijn zelden gemotiveerd voor een pil,” zegt hij. “Ze zijn gemotiveerd voor wat ze willen behouden of bereiken in hun leven: zelfstandigheid, rust, kwaliteit van leven. Als je dat raakt, ontstaat beweging.”

Dat inzicht is volgens Rik minstens zo relevant in de apotheek als in de spreekkamer. Zeker bij onderwerpen die emoties oproepen, zoals geneesmiddeltekorten, bijwerkingen of afbouw van middelen met afhankelijkheidsrisico.

 

Eerst emotie, dan informatie

 

Een terugkerend thema in zijn onderwijs is het belang van timing. Rik vat het vaak samen in één zin: emotie komt van rechts, het heeft altijd voorrang. Als iemand boos, bezorgd of verward is, komt informatie niet binnen. Dan helpt het niet om nog meer uit te leggen.

“Er is vaak niets mis met de inhoud,” zegt hij. “Maar wel met het moment waarop je die brengt.” Eerst benoemen wat je ziet en hoort, pas daarna uitleggen en adviseren. Die volgorde maakt volgens hem het verschil tussen weerstand en samenwerking.

Mensgericht werken betekent voor Rik zeker niet grenzeloos meebewegen. Zeker bij middelen met een hoog afhankelijkheidsrisico is duidelijkheid essentieel. Grenzen stellen hoort daarbij, net als samenwerken met voorschrijvers en andere zorgverleners. “Geen zwakke knieën,” zegt hij. “Want dan word je onderdeel van het probleem.” Tegelijk benadrukt hij dat er altijd momenten zijn waarop wél contact mogelijk is. Het vraagt alertheid om die momenten te herkennen en te benutten.

 

Wat Rik drijft

 

Wie Rik hoort, merkt dat zijn drijfveer niet zit in methodes of modellen, maar in mensen. In het wakker maken van wat er al is. In cliënten, patiënten, collega’s en cursisten. Hij ziet professionals met enorme kennis en betrokkenheid, die soms onderschatten hoeveel invloed ze hebben buiten hun inhoudelijke expertise.

“Jij weet veel van ziekte en behandeling,” zegt hij. “Maar de ander weet het meest van zijn eigen leven. Dat zijn twee vormen van deskundigheid die elkaar nodig hebben.”

Precies daar, op dat snijvlak, beweegt Riks onderwijs zich. Niet om zorgprofessionals te vertellen wat ze moeten doen, maar om ruimte te maken voor betere gesprekken. Gesprekken die doorwerken, ook in die 8.750 uur waarin de zorgverlener er niet bij is.