Menu Sluiten

Docent van de maand: Lucie Douwes Dekker

Docent van de maand: Lucie Douwes Dekker

 

Over therapietrouw, kleine vragen en het werk leuker maken

 

Ze opent haar training altijd met dezelfde vraag. Niet aan de patiënt, maar aan de zaal: Hoe therapietrouw ben jij zelf eigenlijk?

“Dat is een belangrijke opening,” zegt Lucie Douwes Dekker, docent bij PAOFarmacie. “Want als wij zelf al weten hoe lastig het kan zijn om iets vol te houden, waarom zouden we patiënten dan benaderen alsof het vanzelfsprekend is?”

Lucie is van oorsprong huisarts en geeft al tientallen jaren communicatietrainingen voor zorgprofessionals. Zo ook voor apothekers en apothekersassistenten, via PAOFarmacie. Ze is bovendien betrokken bij trainingen rondom het MAKE IT-consortium, een landelijk initiatief dat bewezen interventies voor therapietrouw implementeert in apotheken. Momenteel loopt een grote uitrol in Noord-Limburg, waar therapietrouwgesprekken op basis van SFK-data breed door de provincie worden uitgerold.

 

Niet betrappen, maar begrijpen

 

Wie een goed gesprek wil voeren over therapietrouw, moet volgens Lucie beginnen bij het eigen vertrekpunt.

“Zodra je een gesprek ingaat met het idee: het hoort zo, dus waarom doet u het niet? Dan kom je natuurlijk niet verder. De basis is oprechte nieuwsgierigheid. Niet: ik wil dat jij toegeeft dat je je medicijnen niet goed gebruikt. Maar: ik wil begrijpen hoe het in jouw dagelijks leven gaat, waar het lastig wordt en hoe ik kan helpen.”

Die houding maakt het gesprek ook anders van toon. “Je kunt een heel gesprek voeren over therapieontrouw zonder dat een patiënt ooit letterlijk zegt dat het misgaat. Dat hoeft ook niet. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat je samen verkent wat helpt en wat belemmert.”

 

Drie vragen die al heel ver brengen

 

Lucie is expliciet over wat ze in trainingen wil overbrengen: het hoeft niet groot en ingewikkeld te zijn.

“Met een paar goede vragen kom je al heel ver. Hoe gaat het met innemen? Wat doet u als u het vergeet? Wat merkt u ervan? Dat lijken hele simpele vragen, maar daar zit veel in. Je krijgt informatie over het gebruik, over mogelijke bijwerkingen, over hoe iemand ermee omgaat in het dagelijks leven.”

Soms levert dat onverwachte inzichten op. “Soms blijkt iemand al jaren iets op een onhandige manier te doen. Of iemand heeft een heel ingewikkeld innameschema gekregen dat in het echte leven gewoon niet werkt. Dan hoef je soms maar iets kleins te veranderen om al veel winst te behalen.”

Wat ze bij deelnemers het meest ziet landen: “Dat open vragen zoveel meer opleveren dan snel advies geven. Veel zorgverleners geven al gauw veel informatie, uiteraard goed bedoeld. Maar als je ongevraagd advies geeft, blijft er weinig hangen. Als een patiënt zelf verwoordt waar het wringt, beklijft het veel beter.”

 

Van training naar praktijk

 

Een training kan inspireren. De dag erna is de apotheek gewoon weer druk.

“Daarom maak ik het klein,” zegt Lucie. “Niet tien dingen tegelijk willen veranderen. Kies één of twee dingen waar je meteen mee kunt starten. Bijvoorbeeld: bij de tweede uitgifte standaard vragen hoe het gaat met innemen. Of voortaan altijd één open vraag extra stellen.”

Ze laat deelnemers altijd concreet benoemen wat ze anders gaan doen. Wat ze starten, wat ze voortzetten, wat ze laten. “Dan wordt het echt.”

In de trainingen ten behoeve van het MAKE IT-consortium helpt het ook dat deelnemers er meteen mee aan de slag moeten. “Ze gaan bellen, gesprekken voeren, terugkoppelen. Dan blijft het niet abstract.”

 

Wat het vak geeft

 

Tijd en geld zijn reële obstakels, zegt Lucie zonder omwegen. Maar ze gelooft niet in wachten op perfecte omstandigheden.

“Je kunt kijken naar wat niet kan en wat niet vergoed wordt. Maar je kunt ook kijken naar wat wél kan. En daar begint vaak al heel veel.”

En er is nog iets. “Als je alleen maar schuift en afhandelt, wordt het vak ook minder leuk. Terwijl juist dat contact, dat kleine gesprek, het samen zoeken naar wat werkt. Dat geeft betekenis. Dat geldt voor apothekers, maar zeker ook voor apothekersassistenten.”

Haar boodschap aan wie nog twijfelt: “Maak het niet te groot. Begin klein. Vraag bij de eerste uitgifte waar iemand tegenop ziet. Vraag bij de tweede uitgifte hoe het gaat met innemen. Probeer echt nieuwsgierig te zijn. Niet meteen oplossen, niet meteen overtuigen, maar eerst begrijpen.”

“Daar begint het. En als je dat doet, wordt het niet alleen beter voor de patiënt, maar vaak ook leuker voor jezelf.”